naar inhoud

Praktisch

dienst Milieu

Administratief centrum (1ste verdieping)
Gemeenteplein 1
1730 Asse

tel.02 454 19 25
fax02 454 19 65
e-mail visitekaartje

Openingstijden

Maandag: 08.30 u. tot 12.00 u.
Dinsdag: 08.00 u. tot 12.00 u. - 14.00 u. tot 19.00 u.
Woensdag: 08.30 u. tot 12.00 u.
Donderdag: 08.30 u. tot 12.00 u.
Vrijdag: 08.30 u. tot 12.00 u.

Gerelateerde pagina's

Bodemattest

Wanneer heb je een bodemattest nodig?

Wie een huis of perceel grond verkoopt, moet een bodemattest kunnen voorleggen, zoniet loop je de kans dat de verkoopsprocedure nietig wordt verklaard. Op die manier wil de Vlaamse overheid de burgers beter beschermen tegen de gevolgen van een mogelijke bodemverontreiniging.

Bij elke overeenkomst (contract, verbintenis) tot overdracht van een grond (kopen, verkopen, in erfpacht of opstalrecht nemen, huren, onroerende leasing, fusie van vennootschappen) is een bodemattest vereist. De overdrager is verplicht dit aan te vragen vóór de overdracht plaatsvindt. Meestal is het de verkoper, verhuurder of leasinggever die het bodemattest moet aanvragen en veelal neemt de notaris deze taak op zich.

Bij de overdracht van een risicogrond (een grond waar risicoactiviteiten zoals storten of een aantal industriële activiteiten op uitgeoefend werden) is naast een bodemattest een bodemonderzoek verplicht. Informatie over risicogronden op het grondgebied van de gemeente Asse kan je aanvragen bij de dienst Milieu. De notaris maakt daarvoor gebruik van standaard inlichtingenformulieren.

Welke gegevens vind je in een bodemattest?

Het bodemattest geeft weer of OVAM over informatie beschikt over een eventuele bodemverontreiniging. Het geeft enkel de beschikbare informatie over het perceel zélf. Als het perceel nog niet in het register der verontreinigde gronden opgenomen is, betekent dit niet dat er geen verontreiniging is, enkel dat de grond niet in het register ingeschreven is.

Hoe ontvang je een aanvraagformulier voor een bodemattest?

Je kan het aanvraagformulier aanvragen bij OVAM of bij de gemeentelijke dienst Milieu. Je kan het ook downloaden.

Wat houdt een bodemonderzoek in?

Indien het om de overdracht van een risicogrond gaat, dient vooraf een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd te worden op initiatief en kosten van de overdrager. Een oriënterend bodemonderzoek is een eerste, verkennend onderzoek met een beperkt historisch onderzoek en beperkte monstername.

Als OVAM vindt dat de bodemverontreiniging mogelijk ernstig is, moet overgegaan worden tot een beschrijvend bodemonderzoek, tenzij je kan bewijzen 'onschuldige eigenaar' te zijn. Bij het beschrijvend bodemonderzoek worden de probleemplaatsen diepgaander onderzocht. Een deskundige gaat na welke de omvang van de verontreiniging is en welk risico deze vormt voor mens en milieu.

Als blijkt dat de bodemsaneringsnormen overschreden worden, kan de overdracht niet plaatsvinden vooraleer een bodemsaneringsproject is opgesteld en de overdrager jegens de OVAM een verbintenis is aangegaan om de bodemsaneringswerken uit te voeren.

De resultaten van elke stap worden in het register der verontreinigde gronden en bijgevolg ook in het bodemattest opgenomen.

Wat houdt het begrip 'onschuldige eigenaar' in?

Het bodemsaneringsdecreet stelt dat de beheerder van een grond waarop de bodemverontreiniging tot stand kwam, verplicht is om een bodemsanering uit te voeren indien dat noodzakelijk is, tenzij hij zijn onschuld kan aantonen.
Eén van de belangrijkste elementen in de bewijsvoering is dat men op het ogenblik van verwerving van de grond niet op de hoogte was of hoorde te zijn van de bodemverontreiniging. Als de OVAM een blanco attest uitreikte op het ogenblik van de verwerving en de grond blijkt later verontreinigd, dan zal het voor de eigenaar of exploitant gemakkelijker zijn om aan te tonen dat hij niet op de hoogte was of hoorde te zijn van de bodemverontreiniging. Hij zal dan ook eenvoudiger kunnen argumenteren dat hij niet hoeft te saneren.

Wat met de periodieke onderzoeksplicht?

Voor sommige risico-activiteiten geldt ook een periodieke onderzoeksplicht. Dit wil zeggen dat de exploitant op vaste tijdstippen een bodemonderzoek moet uitvoeren om te vermijden dat een eventuele verontreiniging zich sterk uitbreidt en een groot risico gaat vormen met een dure sanering als gevolg. Volgens de aanduiding met de letter A, B of C in de VLAREBO-lijst moet dit met een interval van 20, 10 of 5 jaar gebeuren.

 

Meer info

OVAM - Infolijn bodem: T 015 28 44 58 of T 015 28 44 59 - bodem@ovam.be
http://www.ovam.be/jahia/Jahia/pid/1863?lang=null